VERDIEPING IN BEELD
Diabetes type 2 — de verdieping in beeld
Bekijk de video of lees hieronder verder. Je bepaalt zelf wanneer je afspeelt, pauzeert of het beeld op volledig scherm bekijkt.
Deze video is achtergrondinformatie, geen persoonlijk medisch advies. Bespreek vragen over onderzoek, behandeling en medicijnen met je huisarts of specialist.
1. Epidemiologie: cijfers met hun bronjaar
Diabetes mellitus type 2 (DM2) is de meest voorkomende vorm van diabetes. Volgens RIVM/VZinfo waren in 2024 ongeveer 1.101.400 mensen met type 2 bekend bij de huisarts. Deze schatting is gebaseerd op Nivel Zorgregistraties eerste lijn. De bronpagina is bijgewerkt op 5 maart 2026; het meetjaar blijft 2024.
Het Diabetes Fonds noemt circa 1,2 miljoen mensen met alle vormen van diabetes samen. Het noemt daarnaast naar schatting 1,4 miljoen mensen met prediabetes, specifiek in de leeftijdsgroep 40–75 jaar, en ongeveer 400.000 mensen met type 2 die dit nog niet weten. Dit zijn onderzoeksschattingen, geen afzonderlijke tellingen van patiënten in 2026.
Publicatiedatum en meetjaar zijn dus niet hetzelfde. Op deze pagina presenteren we geen onbevestigde CBS-jaarcijfers voor 2025 of 2026. Type 2 komt ook bij jongere mensen voor, maar wordt vaker vastgesteld naarmate mensen ouder worden.
2. Meer dan een verhoogde bloedsuiker
DM2 is een cardiometabole aandoening: de stofwisseling en de gezondheid van hart en bloedvaten hangen met elkaar samen. Insulineresistentie in lever-, spier- en vetweefsel en een verminderde insulineafgifte door bètacellen spelen een belangrijke rol. Erfelijke aanleg en omgevingsfactoren dragen beide bij.
De gevolgen kunnen zowel kleine bloedvaten als grotere bloedvaten raken. Microvasculaire complicaties zijn bijvoorbeeld retinopathie (schade aan het netvlies), nefropathie (nierschade) en neuropathie (zenuwschade). Macrovasculaire complicaties betreffen grotere vaten, zoals bij een hartinfarct, beroerte of perifere vaatziekte.
Daarom kijkt goede diabeteszorg niet uitsluitend naar glucose of HbA1c. Ook bloeddruk, cholesterol, nierfunctie, rookgedrag, voeten en ogen worden beoordeeld. Er kan al schade aanwezig zijn wanneer diabetes wordt ontdekt, maar één vast percentage voor alle nieuw gediagnosticeerde mensen is niet passend. DM2 geeft vaak weinig klachten; dat maakt regelmatige risicobeoordeling belangrijk zonder de aandoening als een onvermijdelijke uitkomst te beschrijven.
3. Medicatie: glucose én orgaanbescherming
Het medicatiebeleid is persoonsgericht. Voor patiënten zonder zeer hoog hart- en vaatrisico blijft metformine de eerste medicamenteuze stap in de NHG-Standaard. Bij vervolgstappen wegen onder meer de benodigde HbA1c-daling, het gewicht, bijkomende aandoeningen, bijwerkingen en voorkeuren mee.
Voor niet-kwetsbare patiënten met een zeer hoog risico, bijvoorbeeld door bestaande hart- en vaatziekte, hartfalen of bepaalde vormen van chronische nierschade, geldt een ander stappenplan. SGLT2-remmers en GLP-1-receptoragonisten hebben daarin een belangrijke plaats. Een SGLT2-remmer kan bij passende indicaties beschermen tegen hartfalen en achteruitgang van de nierfunctie. Sommige GLP-1-receptoragonisten kunnen het cardiovasculaire risico verminderen en gewichtsverlies ondersteunen.
Dit betekent niet dat iedereen met een risicofactor direct beide middelen nodig heeft. De arts beoordeelt onder andere nierfunctie, kwetsbaarheid, levensverwachting, contra-indicaties en het bestaande medicatieplan. Ook bloeddrukbehandeling en cholesterolverlaging kunnen belangrijk zijn.
Een bruikbare vraag voor je behandelaar is: ‘Past mijn medicatie bij mijn risico voor hart en nieren, naast mijn bloedsuikerdoel?’ Begin, stop of wijzig medicijnen nooit zelfstandig. Bij verandering van voeding of beweging kan vooral bij insuline en bepaalde tabletten de kans op een hypo veranderen.
4. Remissie: verbetering zonder genezingsgarantie
Gewichtsverlies en leefstijlverandering kunnen de glucoseregulatie verbeteren. Bij sommige mensen kan DM2 in remissie komen. De NHG-Standaard beschrijft remissie als ten minste drie maanden zonder bloedglucoseverlagende medicatie met een nuchtere glucose onder 7,0 mmol/l én een HbA1c onder 48 mmol/mol.
Remissie is geen definitieve genezing. Terugval kan optreden en controles blijven nodig. Ook zonder remissie zijn een betere bloedsuiker, meer fitheid en vermindering van risicofactoren waardevolle resultaten. De haalbaarheid verschilt per persoon; een bepaald gewichtsverlies of één dieet garandeert geen herstel van de insulineproductie.
Een erkende gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) kan bij een passende indicatie hulp bieden. Vergoeding hangt af van het programma, de aanbieder en de polisvoorwaarden. Het particuliere Leefkracht DT2-traject is niet als verzekerde GLI bevestigd. De tarievenpagina legt dit onderscheid uit.
Lees over tarieven en vergoeding5. FGM en CGM: inzet op medische indicatie
FGM (flash glucose monitoring) en CGM (continue glucosemonitoring) meten glucose met een sensor. Een sensor meet in het vocht tussen lichaamscellen; de waarde is niet exact hetzelfde als een bloedglucosemeting en kan bij snelle veranderingen achterlopen. De metingen kunnen helpen patronen te bespreken met de behandelaar.
Ook mensen met type 2 kunnen voor een sensor in aanmerking komen. Volgens Zorginstituut Nederland kan FGM worden vergoed bij type 2 met intensieve insulinetherapie. Voor real-time CGM gelden specifieke indicaties; uitwisselbaarheid met FGM hangt onder meer af van prijs en doelmatigheid. De behandelaar en verzekeraar beoordelen wat passend is.
Een sensor is dus niet automatisch verzekerd voor iedereen met type 2 of prediabetes. Diabeteshulpmiddelen vallen onder het eigen risico. Gebruik sensorwaarden niet om op eigen initiatief medicatie te veranderen of een diagnose te stellen.
6. Insulineresistentie en prediabetes herkennen
Bij insulineresistentie reageren weefsels minder goed op insuline. De alvleesklier kan aanvankelijk meer insuline afgeven om de glucose op peil te houden. Als die compensatie onvoldoende wordt, kan de bloedglucose stijgen. Niet iedereen met insulineresistentie ontwikkelt diabetes.
Prediabetes en insulineresistentie geven meestal geen duidelijke klachten. Een grotere buikomvang, overgewicht, weinig beweging, familiegeschiedenis, eerdere zwangerschapsdiabetes en bepaalde bijkomende aandoeningen kunnen aanleiding zijn om het risico met de huisarts te bespreken. Buikomvang is een risicosignaal, geen meting van levervet en geen diagnose.
Moeheid na eten, trek in zoet, huidveranderingen of kleine huidaanhangsels kunnen meerdere oorzaken hebben. Ze bewijzen geen insulineresistentie. Donkere huidplooien (acanthosis nigricans) kunnen een reden zijn voor beoordeling, maar laat je huisarts de betekenis bepalen. Ook afwezigheid van deze kenmerken sluit een verhoogd risico niet uit.
Bij veel dorst, veel plassen, onverklaard afvallen of aanhoudende vermoeidheid maak je een afspraak met je huisarts. Wacht bij klachten niet op een geplande periodieke controle.
7. Diagnostiek en laboratoriumwaarden
De Nederlandse NHG-Standaard gebruikt plasmaglucose voor het opsporen en vaststellen van diabetes. HbA1c wordt niet aanbevolen voor opsporing of diagnose, maar is wel belangrijk bij het volgen van bekende diabetes. Dat verschilt van sommige internationale richtlijnen. Een HbA1c-grens uit een buitenlandse tabel is daarom geen zelfstandige Nederlandse diagnose.
De huisarts stelt diabetes vast bij twee nuchtere plasmaglucosewaarden van 7,0 mmol/l of hoger op verschillende dagen. Ook kan een nuchtere waarde van 7,0 mmol/l of hoger, of een willekeurige waarde van 11,1 mmol/l of hoger, in combinatie met passende klachten de diagnose ondersteunen volgens de richtlijn.
Een nuchtere waarde vanaf 6,1 tot onder 7,0 mmol/l kan wijzen op een gestoorde nuchtere glucosewaarde. De huisarts beoordeelt de overige waarden en context. De NHG-Standaard adviseert herhaling na drie maanden en, als diabetes niet wordt vastgesteld, jaarlijkse controle en beoordeling van het cardiovasculaire risico.
Voor mensen ouder dan 45 jaar met bepaalde risicofactoren adviseert de NHG-Standaard tijdens spreekuurcontact ongeveer elke drie jaar glucoseonderzoek. Na zwangerschapsdiabetes gelden andere controle-intervallen. Dit is geen algemeen advies om iedereen boven 40 jaarlijks een breed testpakket te laten doen; je huisarts bepaalt wat in jouw situatie nodig is.
Bij bekende diabetes zijn onder meer HbA1c, bloeddruk, lipiden, eGFR (geschatte nierfunctie) en urine-albumine relevant voor behandeling en risicobeoordeling. ALAT is een leverenzym, maar een afwijkende waarde heeft verschillende mogelijke oorzaken en bewijst geen leververvetting.
Nuchter insuline, HOMA-IR en een triglyceriden/HDL-ratio zijn geen zelfstandige diagnostische tests voor DM2 in de NHG-Standaard. We gebruiken op deze pagina daarom geen universele HOMA-IR- of ratio-afkapwaarden om jezelf te diagnosticeren. Vraag niet zonder medische indicatie om alle genoemde tests: je behandelaar kiest gericht onderzoek en legt de uitslagen uit.
8. Leefstijl: praktische stappen binnen medische zorg
Bij overgewicht kan al enig gewichtsverlies de bloedsuiker verbeteren. Kies met je behandelaar een haalbaar doel; voorkom een streng crashdieet. NIDDK beschrijft dat in preventieonderzoek bij mensen met verhoogd risico een gewichtsverlies van 5–7% de kans op diabetes verminderde. Dat is geen garantie op remissie bij bestaande DM2.
Combineer regelmatig wandelen, fietsen of andere passende beweging met spier- en botversterkende activiteiten. Thuisarts adviseert minimaal twee keer per week zulke oefeningen. Bouw rustig op en bespreek beperkingen, hartklachten, voetproblemen of hyporisico met je behandelaar of oefentherapeut.
Voedingskwaliteit en porties zijn belangrijk. Denk aan groente, peulvruchten, volkorenproducten, noten en passende onverzadigde vetten. Kies water, thee of koffie zonder suiker in plaats van suikerhoudende dranken. Een diëtist helpt het voedingspatroon afstemmen op medicatie, voorkeuren en bijvoorbeeld nierschade; ‘meer eiwit’ is niet voor iedereen een passend algemeen advies.
Stoppen met roken, aandacht voor slaap en omgaan met stress horen erbij. Bespreek vermoedelijke slaapapneu, zoals fors snurken en ademstops, met je huisarts. Leefstijlbegeleiding vult medische zorg aan en vervangt die niet.
Begrippenlijst
- DM2
- Diabetes mellitus type 2.
- HbA1c
- Geglyceerd hemoglobine: een maat voor de gemiddelde bloedsuiker in de afgelopen maanden.
- Cardiometabool
- Betrekking hebbend op de samenhang tussen stofwisseling en hart- en vaatgezondheid.
- Bètacellen
- Cellen in de alvleesklier die insuline produceren.
- eGFR
- Een schatting van hoe goed de nieren het bloed filteren.
- GLI
- Gecombineerde leefstijlinterventie: een erkend programma met eigen indicatie- en vergoedingsvoorwaarden.
- HOMA-IR
- Een berekende schatting van insulineresistentie; geen zelfstandige NHG-diagnosetest voor diabetes.
- MASLD
- Leververvetting die samenhangt met metabole risicofactoren; voorheen vaak NAFLD genoemd.
Bronnen en actualiteit
Bronnen hebben verschillende publicatie- en meetjaren. Een in 2026 bijgewerkte webpagina kan gegevens uit 2024 of eerder beschrijven. Richtlijnen en verzekeringsvoorwaarden kunnen veranderen; raadpleeg voor beslissingen je behandelaar en de actuele bron.
- NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2
- RIVM/VZinfo — Diabetes naar leeftijd en geslacht (meetjaar 2024)
- Diabetes Fonds — Diabetes in cijfers en schattingen
- Diabetes Fonds — Wat is remissie?
- Zorginstituut Nederland — Hulpmiddelen bij diabetes
- Thuisarts — Gezond leven met diabetes type 2
- NIDDK — Insulineresistentie en prediabetes (Engels)
Voor patiëntinformatie en ervaringen kun je ook terecht bij Diabetesvereniging Nederland. De inhoud op deze website impliceert geen goedkeuring of keurmerk van de genoemde organisaties.
Terug naar jouw dagelijks leven.
Wil je liever concrete hulp bij eten, drinken en bewegen? Lees onze begrijpelijke uitleg of bespreek wat je nodig hebt.
Bekijk onze praktische aanpak Neem contact op